SGA-Consultancy

  • Twitter
  • Google Plus
  • Linked in
  • Facebook

Author Archive

Bezorgers van Deliveroo zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst

Posted on: No Comments

Na het arrest van de Hoge Raad van 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746) was het te verwachten, niet de bedoeling maar de feiten en omstandigheden zijn bepalend als het gaat om het kwalificeren van een arbeidsovereenkomst.

Bezorgers van Deliveroo zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Het gerechtshof Amsterdam heeft dat in zijn arrest van vandaag in hoger beroep beslist in een procedure tussen FNV en het maaltijdbezorgingsbedrijf. De kantonrechter wees die vordering eerder al toe. Het hof heeft die beslissing nu bevestigd. Dat betekent dat de bezorgers de rechten hebben die bij een arbeidsovereenkomst horen.

Het hof komt tot dit oordeel op basis van een vaststelling van de tussen partijen overeengekomen rechten en verplichtingen.

Arbeid
Deliveroo maakt bij de toedeling van de bezorging van maaltijden gebruik van een algoritme, genaamd Frank. Frank is een geavanceerd systeem en volgens Deliveroo cruciaal voor haar organisatie. Sinds maart 2020 kunnen bezorgers inloggen op diensten wanneer zij dat willen. Eenmaal ingelogd kunnen zij door Frank een bezorging aangeboden krijgen en bezorgers mogen dat aanbod weigeren. Een bezorger kan zich ook laten vervangen. De vrijheid die het systeem geeft en de vervangingsmogelijkheid zijn volgens het hof niet onverenigbaar met het bestaan van een arbeidsovereenkomst.

Loon
Deliveroo bepaalt steeds eenzijdig de hoogte van het loon. Aanvankelijk werd € 5,00 of € 6,00 per afgeleverde bestelling betaald; dat is sinds augustus 2019 € 3,90 dan wel € 4,80, met de mogelijkheid daarnaast bonussen te verdienen. Ruim tweederde van de bezorgers heeft een contractsvorm waarmee minder dan 40% van het minimumloon kan worden verdiend, met dien verstande dat dan geen BTW verschuldigd is, omdat de Belastingdienst die werkzaamheden als hobbymatig aanmerkt. De hoogte van het inkomen bedraagt in die gevallen rond € 11 tot € 13 per uur. Daaruit kunnen redelijkerwijs geen voorzieningen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en/of werkloosheid gefinancierd worden.

Gezagsrelatie
De werkzaamheden betreffen voor Deliveroo een kernactiviteit, te weten maaltijdbezorging. Het zijn relatief eenvoudige werkzaamheden, zodat weinig aanwijzingen van Deliveroo nodig zijn. Via Frank zijn zowel het restaurant waar de maaltijd moet worden opgehaald als de klant naar wie de maaltijd gebracht moet worden ervan op de hoogte waar de bezorger zich bevindt. Dat geeft Deliveroo een controlemogelijkheid. Gemiddeld hebben de bezorgers dertig minuten bezorgtijd per bestelling, waardoor hun vrijheid om zelf de route te bepalen beperkt is. De contractsvorm op basis waarvan de bezorgers werkzaam zijn en de wijze waarop de werkzaamheden moeten worden verricht, zijn door Deliveroo meermalen gewijzigd. Ook dit duidt erop dat Deliveroo gezag uitoefent over de bezorgers.

Gedurende zekere tijd
Niet is gebleken dat de bezorgers die arbeid voor Deliveroo verrichten dit in een verwaarloosbare omvang doen. Hiermee is voldaan aan het criterium dat de arbeid gedurende zekere tijd dient te worden verricht. Ook dat duidt naast alle andere omstandigheden op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst

Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2021:392

Beoordelingsruimte bij meerdere beperkingen

Posted on: No Comments

In de praktijk komt het vaker voor dat een arbeidsongeschikte werknemer meerdere medische klachten heeft en als gevolg daarvan ook meerdere beperkingen.

Bij de WIA-beoordeling hanteert het UWV als uitgangspunt dat als een van de beperkingen een GBM oplevert, dat de overige beperkingen en het geheel aan beperkingen niet meer wordt beoordeeld. Werknemer krijgt in zo’n geval een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 – 100%. Deze beoordelingswijze is niet conform de wijze waarop beoordeeld dient te worden.

In de onderhavige zaak kende het UWV betrokkene een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 – 100% toe en liet zij het, ondanks bezwaar en beroep bij de Rechtbank, na om de overige beperkingen en het geheel aan beperkingen integraal te beoordelen.

In Hoger Beroep kon deze beoordelingswijze geen stand houden. De CRvB – enkelvoudige Kamer – volgde mijn standpunt dat de verzekeringsarts van het UWV alle beperkingen integraal moet beoordelen en dat zij niet kan volstaan met het uitlichten van de beperking die een GBM oplevert. Het standpunt van het UWV dat een verdere beoordeling achterwege kan blijven als er bij een van de beperkingen een situatie van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden (GBN) bestaat hield geen stand en de CRvB gaf het UWV de opdracht om de integrale beoordeling alsnog uit te voeren. De uitkomst daarvan is inmiddels bekend: aan  betrokkene werd per 14 april 2015 alsnog een IVA-uitkering toegekend hetgeen de ex-werkgever een forse besparing in de gedifferentieerde premie Whk oplevert.

20201015_procesverbaal zitting CRvB_anoniem

P.S. Let niet al te veel op de kwaliteit van het proces-verbaal van de zitting, want veel van wat op de zitting is gezegd staat onjuist (tegengesteld) in het proces-verbaal.

 

Beslag op bonus voor zorgmedewerkers is mogelijk

Posted on: No Comments

Instanties mogen beslag leggen op de bonus van 1.000 euro voor zorgmedewerkers. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland besloten in een kort geding. Wel is het volgens de rechter goed mogelijk dat een schuldeiser af zal zien van de beslaglegging, uit respect en waardering voor de zorg in deze moeilijke tijd.

Zorgbonus
Door een subsidieregeling van de overheid kunnen zorgmedewerkers via hun werkgever in aanmerking komen voor een zorgbonus van 1.000 euro bij een uitzonderlijke prestatie in het kader van corona. Wanneer loonbeslag is gelegd op het inkomen van die zorgmedewerker, is de vraag of dit eenmalige extraatje hier ook onder valt. Hierover wordt verschillend gedacht. De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) besloot daarom deze vraag namens de gerechtsdeurwaarder voor te leggen aan de rechter, samen met de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR, Sociaal Werk Nederland). Afgelopen vrijdag diende de zaak voor de voorzieningenrechter in Alkmaar, vandaag is de uitspraak gedaan.

Beslag is wettelijk mogelijk
Verschillende instanties, waaronder de Belastingdienst, hebben laten weten geen beslag te zullen leggen op de zorgbonus. In zijn beslissing van vandaag komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat een beslag op de zorgbonus wettelijk echter wel is toegelaten. Een belangrijk argument daarbij is dat een meerderheid in de Tweede Kamer na de invoering van de zorgbonus tegen een beslagverbod was. Als de gerechtsdeurwaarder beslag legt op de zorgbonus, maakt hij daarmee geen misbruik van recht.

Aparte beslaglegging in overleg met schuldeiser
In een tweede onderdeel van de beslissing legt de voorzieningenrechter uit dat de zorgbonus niet onder al lopende loonbeslagen valt. Er zal dus apart beslag voor moeten worden gelegd. De voorzieningenrechter raadt de gerechtsdeurwaarder aan hierover contact op te nemen met de schuldeiser. De schuldeiser maakt dan de afweging of de zorgbonus daadwerkelijk in beslag moet worden genomen, of dat de zorgmedewerker deze als waardering voor de bijzondere inzet zelf mag houden. Volgens de voorzieningenrechter is het goed mogelijk dat een schuldeiser af zal zien van de beslaglegging op de zorgbonus, uit respect en waardering voor de zorg die in deze moeilijke tijden door de schuldenaar is verleend en waarschijnlijk nog steeds wordt verleend.

Bron: Rechtspraak.nl

Uitspraak Rechtbank, ECLI:NL:RBNHO:2021:233

Volledig arbeidsongeschikt bij aangaan van de arbeidsovereenkomst

Posted on: No Comments

Het risico dat werknemer al bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst volledig arbeidsongeschikt is voor de aangeboden functie is voor de werkgever nu per 01-01-2011 de wettelijke uitsluitingsgrond daarvoor is vervallen. Een beroep op een wilsgebrek is bevestigd bij arrest van 7 februari 2020 van de door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:213), maar dat leidt niet per definitie tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst. De Rechtbank Noord-Holland overwoog daartoe in ECLI:NL:RBNHO:2020:10662 het volgende:

5.4 Het beroep op dwaling kan derhalve alleen slagen, indien vast komt te staan dat [werkneemster] wist of had moeten begrijpen dat de kwaal haar ongeschikt maakte voor de functie waarnaar zij solliciteerde. Op grond van artikel 150 Rv ligt de bewijslast hiervoor bij degene die zich op de dwaling beroept (Hoogvliet).

5.5 Dat Hoogvliet tijdens de sollicitatie ook inzage heeft gegeven in de bij de functie behorende fysiek belastende werkzaamheden (zoals werken met containers, vakkenvullen en schoonmaken van de winkel) is door [werkneemster] gemotiveerd betwist en daarmee niet komen vast te staan. Dat dat tijdens de introductiedag wel is gebeurd, is evenmin gebleken en bovendien niet relevant. De arbeidsovereenkomst was op dat moment al gesloten, zodat van een wilsgebrek bij de totstandkoming van de overeenkomst geen sprake kan zijn geweest. De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel de gestelde dwaling feitelijke grondslag mist en dat niet van een geschonden mededelingsplicht is gebleken.

Uit deze uitspraak blijkt dat het van belang is om bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst een volledig beeld van de inhoud van de functie en mogelijke fysieke belasting te geven en duidelijke vragen te stellen aan de potentiele werknemer of die tot het volledig uitvoeren van die taken en verantwoordelijkheden die bij de functie horen in staat is. Als je dit nalaat en je pas na het einde van de proeftijd de bevestiging krijgt dat werknemer niet geschikt is voor de functie loop je achter de feiten aan. Als de ongeschiktheid al tijdens de proeftijd blijkt zoals in deze casus, dan wreekt het nalaten zich veel eerder.

Ontslag tijdens de proeftijd voorkomt niet dat de kosten van de ZW en/of WGA-uitkering aan de werkgever worden toegerekend voor de gedifferentieerde premie Whk. En als de werkgever ERD’er is voor de ZW en/of de WGA, dan zijn de uitkeringslasten voor rekening van de werkgever of diens verzekeraar.

Inschrijfverplichting uitzendbureaus niet strijdig met Europees recht

Posted on: No Comments

Utrecht, 02 december 2020

Om misbruik van en met uitzendkrachten tegen te gaan, is in de wet opgenomen dat uitzendbureaus zich moeten inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Als die inschrijving er niet is, kunnen zowel het uitzendbureau als de werkgever die gebruik maakt van dat uitzendbureau een boete krijgen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vandaag geoordeeld dat deze inschrijfverplichting niet in strijd is met het Europees recht. Daarnaast heeft de CRvB geoordeeld dat het huidige boetestelsel te weinig ruimte biedt om onderscheid te kunnen maken in de hoogte van de boete. De CRvB formuleert daarom zelf criteria zodat een hogere boete opgelegd kan worden bij opzettelijke overtreding van de wet en een lagere boete wanneer geen sprake is van opzet.

Het geschil
In deze zaak ging het om een werkgever die werknemers in dienst had via een Pools uitzendbureau. Dit Poolse uitzendbureau was niet ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De werkgever kreeg daarom een boete opgelegd.

De werkgever is van mening dat de verplichting van het Pools uitzendbureau om zich in het Nederlandse Handelsregister in te schrijven, een beperking vormt van het vrij verrichten van diensten en daarom in strijd is met het Europees recht. Daarnaast vond zij de opgelegde boete veel te hoog.

Algemeen belang weegt zwaarder
De inschrijfverplichting in het Nederlandse Handelsregister maakt het voor uitzendbureaus in andere lidstaten minder aantrekkelijk om in Nederland hun diensten aan te bieden. En het verbod om werknemers in te huren via buitenlandse uitzendbureaus die niet in Nederland zijn ingeschreven, belemmert werkgevers om van die uitzendbureaus gebruik te maken. Deze registratieplicht en het verbod vormen dan ook inderdaad beperkingen op het vrij verrichten van diensten.

Toch is dit niet in strijd met het Europees recht. Het algemeen belang, te weten bescherming van werknemers en het bestrijden van fraude, weegt namelijk zwaarder. Bovendien gaat het om een kosteloze eenmalige registratie die volledig online kan plaatsvinden. Een werkgever kan op eenvoudige wijze controleren of een uitzendbureau geregistreerd is in het Nederlandse Handelsregister.

Aanpassing hoogte van de boete
De werkgever in deze zaak heeft dan ook terecht een boete gekregen. De hoogte van de boete is wel verlaagd. De CRvB heeft geoordeeld dat het huidige boetestelsel te weinig onderscheid maakt in de mate waarin de overtreding kan worden verweten. Daarom sluit de CRvB bij het vaststellen van de hoogte van de boete aan bij het Boetebesluit sociale zekerheidswetten. Daarbij hangt de hoogte van de boete af van de mate van verwijtbaarheid: hoe meer verwijt er in het spel is, hoe hoger de boete.

Het oordeel van de CRvB is in deze zaken een eindoordeel.

Uitspraak

Andere maatstaf voor beoordeling of arbeidsrelatie een arbeidsovereenkomst is?

Posted on: No Comments

De maatstaf voor de beoordeling of een arbeidsrelatie een arbeidsovereenkomst is, moet worden aangepast. Dat bepleit advocaat-generaal (AG) De Bock in haar conclusie die vandaag is gepubliceerd. De partijbedoeling zou niet meer relevant moeten zijn maar uitsluitend hoe partijen feitelijk uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven.

De zaak
De zaak in kwestie draait om een vrouw die met behoud van haar uitkering op basis van een participatietraject onbeloond twee maal zes maanden had gewerkt voor en bij de gemeente Amsterdam. Zij stelde in een juridische procedure dat zij hetzelfde werk verrichtte als uitzendkrachten. Er zou daarmee volgens haar geen sprake zijn van ‘additionele werkzaamheden’ maar van een arbeidsovereenkomst. Daarmee zou zij recht hebben op nabetaling van het bij de door haar uitgevoerde functie behorende loon.

Kantonrechter en gerechtshof
De kantonrechter wees de vordering van de vrouw af. Tegen die beslissing stelde ze hoger beroep in. Ook het gerechtshof ging niet mee in de stelling van betrokkene en oordeelde op grond van een aantal omstandigheden dat de vrouw niet werkzaam was geweest op basis van een arbeidsovereenkomst. Daarop stelde ze beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Advies AG
In haar uitgebreide advies gaat AG De Bock in op de vraag hoe beoordeeld moet worden of een arbeidsrelatie moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Dat is van belang voor de vraag of iemand arbeidsrechtelijke bescherming heeft, maar het heeft ook fiscale gevolgen en consequenties voor de sociale verzekeringen.

Al meer dan twintig jaar is de maatstaf voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst dat wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond (de partijbedoeling), waarbij ook van belang is de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven. De AG bepleit in haar advies een herijking van deze maatstaf (die afkomstig is uit het arrest Groen/Schoevers). De partijbedoeling zou niet meer relevant moeten zijn maar uitsluitend hoe partijen feitelijk uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven. Dat draagt bij aan de beschermende werking van het arbeidsrecht.

Ook gaat de AG in op het gezagscriterium, één van de elementen voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Of daaraan voldaan is, hangt volgens de AG er onder meer van af of het werk organisatorisch is ingebed bij de werkgever en of de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Minder belangrijk is de vraag of sprake is van een instructiebevoegdheid van degene voor wie het werk wordt verricht, omdat werkgeversgezag zich ook op andere manieren dan door het geven van instructies kan manifesteren. Daarnaast moet er meer oog zijn voor de economische realiteit en door de ‘papieren werkelijkheid’ heen worden geprikt. Indien arbeid buiten dienstbetrekking wordt verricht, zal sprake moeten zijn een zekere mate van ondernemerschap. Als dat niet het geval is, is er in beginsel sprake van een gezagsverhouding en dus van een arbeidsovereenkomst.

De AG is van mening dat ook een participatieplaats kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst als geen sprake is van ‘additionele werkzaamheden’. Het gerechtshof heeft in de zaak in kwestie niet onderzocht of de vrouw hetzelfde werk verrichtte als uitzendkrachten. Als dat juist zou zijn, is geen sprake van ‘additionele werkzaamheden’ en daarmee mogelijk van een arbeidsovereenkomst. Daarom vindt de AG dat het arrest van het hof niet in stand kan blijven.

Uitspraak Hoge Raad
Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. De advocaat-generaal maakt deel uit van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Conclusie AG
ECLI:NL:PHR:2020:698

Bevoegdheden van de Bisschoppenconferentie ten aanzien van de Radboud Universiteit en het Radboud UMC worden beperkt

Posted on: No Comments

De bemoeienis van de Bisschoppenconferentie bij de benoeming van bestuurders bij de Radboud Universiteit wordt door de Ondernemingskamer subiet aan banden gelegd.

Samengevat: er wordt een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Stichting Katholieke Universiteit; bij wijze van onmiddellijke voorzieningen wordt bepaald dat het bestuur van Stichting Katholieke Universiteit in afwijking van de statuten (a.) exclusief bevoegd is tot benoeming en ontslag van bestuurders van Stichting Katholieke Universiteit en tot benoeming van de voorzitter van het bestuur en (b.) bevoegd is om (zonder goedkeuring van de Nederlandse Bisschoppenconferentie) te besluiten tot de herstructurering en daarmee verband houdende besluiten.

Link naar de uitspraak: ECLI_NL_GHAMS_2020_2033

Ontslag op staande voet na meenemen plastic tasje onterecht

Posted on: No Comments

De kantonrechter oordeelt dat Action een werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen na het meenemen van een plastic tasje. Het verzoek van de werknemer om een vergoeding als gevolg van het ten onrechte gegeven ontslag op staande voet is toegewezen.

De werknemer pakt na zijn werkdag een plastic tasje bij de kassa om zijn eerder gekochte producten in te doen en mee naar huis te nemen. Hij neemt dit plastic tasje van 3 cent mee zonder te betalen. Action heeft hem daarom op staande voet ontslagen. De werknemer is van mening dat hij hiervoor niet op staande voet mocht worden ontslagen en vecht de rechtmatigheid van dit ontslag aan bij de kantonrechter.

Zero-tolerance beleid
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer wel in strijd handelde met het – op zich terechte – zero-tolerance beleid van Action. Hij was van dit beleid ook op de hoogte. Voor de beoordeling van het daarop volgende ontslag op staande voet moeten ook andere omstandigheden worden meegewogen. In dit geval zijn dat de aard van het meegenomen voorwerp – een vrijwel waardeloos plastic tasje – het functioneren van de werknemer en zijn persoonlijke omstandigheden.

Ontslag onterecht
De afweging van de bovenstaande elementen leidt tot de conclusie dat in dit geval het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven. De werknemer heeft volgens de wet dan de keuze om het ontslag te laten vernietigen of van de werkgever een vergoeding te verzoeken. De werknemer koos voor de 2e optie. De arbeidsovereenkomst blijft beëindigd en Action is aan de werknemer een vergoeding verschuldigd.

Link naar de uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2020:3688

Standpunt Novag – UWVA m.b.t. werkwijze verzekeringsartsen UWV

Posted on: No Comments

Via onderstaande link kunt u kennisnemen van het standpunt van Novag – UWVA, de vakvereniging van de verzekeringsartsen bij het UWV.

In de kern komt het erop neer dat de verzekeringsartsen wordt gevraagd om: “Samengevat is het geen oplossing om nu op onzorgvuldige wijze beoordelingen uit te voeren. Waar het kan beoordeelt u op basis van de stukken/telefonisch contact. Echter, waar het niet kan, en de ervaring leert dat dit in de Meerderheid van de gevallen zo is, moet er op een later tijdstip een spreekuurcontact gepland worden en moet UWV voorschotten gaan verstrekken.

COVID-19 – NOVAG nieuwsflash maart 2020